Protocollen

Protocollen

HET AVG PROTOCOL

Privacybeleid op school
Op onze school wordt zorgvuldig omgegaan met de privacy van onze leerlingen. In verband met het geven van onderwijs, het begeleiden van onze leerlingen en de vastlegging daarvan in de administratie van de school, worden er gegevens over en van leerlingen vastgelegd. Deze gegevens worden persoonsgegevens genoemd. Het vastleggen en gebruik van deze persoonsgegevens is beperkt tot informatie die strikt noodzakelijk is voor het onderwijs. De gegevens worden beveiligd opgeslagen en de toegang daartoe is beperkt.

De school maakt ook gebruik van digitaal leermateriaal. De leveranciers van die leermaterialen ontvangen een beperkt aantal leerling gegevens. De school heeft met haar leveranciers strikte afspraken gemaakt over het gebruik van persoonsgegevens, zodat misbruik wordt voorkomen.

Leerlingeninformatie wordt alleen gedeeld met andere organisaties als ouders daar toestemming voor geven, tenzij die uitwisseling verplicht is volgens de wet.

Voor het gebruik van foto’s en video-opnames van leerlingen op bijvoorbeeld de website van de school, wordt toestemming gevraagd. Ouders mogen altijd besluiten om die toestemming niet te geven of om eerder gegeven toestemming in te trekken. Voor vragen over het gebruik van foto’s en video’s kunt u terecht bij de directie van de school.

In het Privacyreglement van Talent Primair is beschreven hoe de school omgaat met haar leerlingengegevens, en wat de rechten zijn van ouders en leerlingen.

HET HOOFLUISPROTOCOL

Regels en afspraken
In de eerste week na de zomervakantie wordt per groep afgesproken welke ouders de leerlingen controleren op hoofdluis. De leerkracht is verantwoordelijk dat deze taak vervuld wordt. In de jaarplanning voor ouders en verzorgers wordt gecommuniceerd dat na elke vakantie langer dan 3 dagen de eerstvolgende schooldag gecontroleerd wordt op hoofdluis. De school verzorgt dat elke klas in het bezit is van de materialen om dit te kunnen doen.

Bij constatering van luizen wordt contact opgenomen met ouders en verzorgers met het verzoek om de leerling op te halen en te behandelen. Na behandeling kan de leerling terug naar school worden gebracht.

Bij melding van hoofdluis worden de ouders en verzorgers van de bewuste klas op de hoogte gesteld via de social schools door de leerkracht. Bij constatering in meerdere groepen volgt een melding via de social schools aan alle ouders en verzorgers.

Er wordt aan de kinderen, of aan anderen geen melding gedaan over het wel of niet voorkomen van neten en/of luizen bij zichzelf of anderen. We gaan hier discreet mee om.

Nieuwe leerlingen krijgen eenmalig een luizenzak. Hierin wordt elke dag de jas en eventuele tas opgeborgen. Nieuwe luizenzakken kunnen worden gekocht bij het secretariaat voor € 2,50,-

Advies aan ouders:
Controleer regelmatig uw kind op luizen/neten.
Licht de school in als u dit ontdekt bij uw kind.

HET ANTI-PEST PROTOCOL

Pedagogisch veilig klimaat
Montessorischool De Gouden Kraal wil haar leerlingen een veilig pedagogisch klimaat bieden, waarin zij zich harmonieus en op een prettige en positieve wijze kunnen ontwikkelen. Veelal lukt dit met ongeschreven regels. Omdat pesten helaas op alle scholen voorkomt, dus soms ook op onze school, willen we beschrijven hoe het beleid is waar ieder op kan terugvallen in situaties waarbij pesten aan de orde is.

Pesten of plagen
Pesten en plagen worden beide als vervelend ervaren, wel zit er een wezenlijk verschil tussen beide. Voorbeeld: iemand omver duwen, dat kan pesten zijn, maar ook plagen. Het is plagen als kinderen aan elkaar gewaagd zijn: de ene keer doet de een iets onaardigs, een volgende keer is het een ander. Het is/lijkt een spelletje, niet leuk, maar nooit echt bedreigend. Bovendien duurt het nooit lang. Door elkaar te plagen leer je zelfs met conflicten omgaan. Het hoort bij groot worden.

Pesten is bedreigend en het gebeurt niet zomaar een keer, maar telkens weer, soms een jaar of nog langer achter elkaar. Bij pesten wordt een slachtoffer uitgezocht om de baas over te spelen op een bedreigende en gemene manier. De pester misbruikt zijn macht.

Pesten kenmerkt zich door:
– Machtsverschil;
– Langdurig/veelvuldig;
– Schade;
– Opzet.

Of er sprake is van plagen of pesten is niet altijd relevant; het feit dat het slachtoffer er hinder van heeft is reden genoeg om er iets aan te doen. Wij geven er als school de voorkeur aan om gedrag in positieve zin te benaderen en te beschrijven, maar omdat pesten niet acceptabel is, ontkomen we er niet aan om ongewenst gedrag te omschrijven.

De leerkracht neemt duidelijk een stelling in.
De sanctie is opgebouwd in 5 fases; afhankelijk hoelang de pester door blijft gaan met het pestgedrag en geen verbetering vertoond in zijn gedrag. De sanctie die opgelegd wordt, moet zoveel mogelijk in relatie staan tot het ongewenste gedrag.

Fase 1:
– Door gesprek: bewustwording van wat het ongewenste gedrag uithaalt bij de gepeste
– Afspraken maken met de pester over gedragsveranderingen worden vastgelegd. Het moet een tweezijdige afspraak zijn die ondertekend wordt door leerkracht
en pester. De naleving van deze afspraken komen aan het einde van iedere week (voor een periode) in een kort gesprek bij betrokkenen aan de orde.
– De gepeste wordt begeleid onder verantwoording van de groepsleerkracht door middel van gesprekjes over gedragsverandering van de gepeste.

Hier is een protocol voor:
– loop niet meteen weg;
– noem de naam en zeg duidelijk wat je ervan vindt;
– zeg welk gedrag moet stoppen;
– je draait je om en loopt stevig weg;
– ga niet in discussie;

Nablijven tot de gepeste vertrokken is (kwartier) of kwartier eerder op school.
Indien de sancties buiten schooltijden vallen, worden de ouders op de hoogte gesteld

Fase 2:
Een gesprek met de ouders, als voorgaande acties op niets uitlopen. De medewerking van de ouders wordt nadrukkelijk gevraagd om een einde aan het probleem te maken. De school heeft het gedrag van de leerling vastgelegd in een document en voegt dit toe aan het dossier van de leerling.

Fase 3:
Bij aanhoudend pestgedrag zal de school deskundige hulp inroepen zoals de Schoolbegeleidingsdienst, de schoolarts van de GGD of schoolmaatschappelijk werk.

Fase 4:
Bij aanhoudend pestgedrag binnen een groep kan er voor gekozen worden om een leerling tijdelijk in een andere groep te plaatsen, binnen de school. Ook het (tijdelijk) plaatsen op een andere school behoort tot de mogelijkheden.

Fase 5:
In extreme gevallen kan een leerling geschorst of verwijderd worden (volgens het bestaande protocol).

Tips voor begeleiding
– Begeleiding van de gepeste leerling:
– Medeleven tonen en luisteren en vragen; hoe en door wie wordt er gepest
– Nagaan hoe de leerling zelf reageert, wat doet hij/zij voor tijdens en na het pesten
– Huilen of heel boos worden is juist vaak een reactie die een pester wil uitlokken. De leerling in laten zien dat je op een andere manier kunt reageren.
– Huilen of heel boos worden is juist vaak een reactie die een pester wil uitlokken. De leerling in laten zien dat je op een andere manier kunt reageren.
– Het gepeste kind in laten zien waarom een kind pest.
– Nagaan welke oplossing het kind zelf wil.
– Sterke kanten van de leerling benadrukken.
– Praten met de ouders van de gepeste leerling en de ouders van de pester(s).
– Het gepeste kind niet overbeschermen bijvoorbeeld naar school brengen of ‘ik zal het de pesters wel eens gaan vertellen’. Hiermee plaats je het gepeste kind juist in een uitzonderingspositie waardoor het pesten zelfs nog toe kan nemen.
– Inschakeling hulp door middel van sociale vaardigheidstraining.

Begeleiding van de pester:
– Praten; zoeken naar de reden van het ruzie maken/ pesten (baas willen zijn, jaloezie, verveling, buitengesloten voelen)
– Laten inzien wat het effect van zijn/ haar gedrag is voor de gepeste.
– Welgemeende excuses aan laten bieden met een vervolgzin. (Het spijt me dat ik dit deed, ik wil voorkomen dat jij nog eens…)
– In laten zien welke sterke (leuke) kanten de gepeste heeft
– Kind leren niet meteen kwaad te reageren, leren beheersen, de ‘stop-eerst-nadenken-houding’ of een andere manier van gedrag aanleren.
– Contact tussen ouders en school; elkaar informeren en overleggen. Inleven in het kind; wat is de oorzaak van het pesten.
– Inschakelen hulp; sociale vaardigheidstrainingen ; Jeugdgezondheidszorg; huisarts; GGD

ADVIEZEN AAN OUDERS
Ouders van gepeste kinderen:
– Houd de communicatie met uw kind open, blijf in gesprek met uw kind.
– Als pesten niet op school gebeurt, maar op straat, probeert u contact op te nemen met de ouders van de pester(s) om het probleem bespreekbaar te maken.
– Pesten op school kunt u het beste direct met de leerkracht bespreken.
– Door positieve stimulering en zgn. schouderklopjes kan het zelfrespect vergroot worden of weer terug komen.
– Steun uw kind in het idee dat er een einde aan het pesten komt.

Ouders van pesters:
– Neem het probleem van uw kind serieus.
– Probeer achter de mogelijke oorzaak te komen.
– Maak uw kind gevoelig voor wat het anderen aandoet.
– Besteed extra aandacht aan uw kind.
– Corrigeer ongewenst gedrag en benoem het goede gedrag van uw kind.
– Maak uw kind duidelijk dat u achter de beslissing van school staat.

Alle andere ouders:
– Neem de ouders van het gepeste kind serieus.
– Stimuleer uw kind om op een goede manier met andere kinderen om te gaan.
– Corrigeer uw kind bij ongewenst gedrag en benoem goed gedrag.
– Geef zelf het goede voorbeeld.
– Leer uw kind voor anderen op te komen.
– Leer uw kind voor zichzelf op te komen.